In een eerder stadium van mijn vorige verslagen heb ik ooit een verhalend betoog geschreven over de handelingen van een coach, hoe de wissels tot stand komen en hoe de tactieken tijdens het spel aan de realiteitszin aangepast worden. Men vergeet echter met welke complexe stromingen de coaches op de achtergrond te verwerken hebben.
In de volgende passages wil de standaardbeelden in de sociale wetenschappen koppelen met de pragmatische handbalinvalshoeken, waarbij telkens een ander voorgrondfiguur als principe voor het waarnemen en weergeven van sociale verschijnselen wordt gehanteerd. Ik zal delen ontlenen aan de indeling van Wrightman voor de sociale psychologie. Van de zeven paradigma’s zal ik me beperken tot de Gestalt- / cognitieve theorie, de veldtheorie, de psycho-analyse en ethnomethodologie.
Als algemeen perspectief op het handbal staat de Gestalttheorie voor een benadering waarbij het coachen bestaat uit waarnemingspatronen, cognities, vormen en procedures voor het oplossen van problemen. Als voorbeeld haal ik aan de self-fulfilling prophecy. Het scoren van 20 doelpunten in 1 wedstrijd is een definitie van de situatie die in eerste instantie foutief is, maar die een gedrag oproept waardoor die verkeerde opvatting uit het begin zich alsnog waarmaakt. Om deze ban door te breken kan je deze trachten te versterken door middel van het HALO effect, het generaliseren van karakteristieken die reeds aanwezig zijn en daardoor te wijzen op de waarnemingsfouten (module Martijn). Een andere manier is het verzwakken van de kennis-elementen (cognitief) door het ontkoppelen (dissonantie) van tegenstrijdigheden (module Bart).Feit is dat een attitude wordt geformeerd op basis van het gedrag dat de dames reeds vertoond hebben. Voor beide sanctiemaatregelen, de positieve- als negatieve variant, gaat het principe op dat het moet lukken om een forced compliance te bereiken. Maar ja, het blijven uiteraard vrouwen.
De veldtheorie laat zich iets makkelijker verklaren. Het handbal als teamsport bevindt zich in een krachtenveld met individuele motieven en doelstellingen, processen van aantrekking en afstoting, samenwerking, conflict en competitie. De hoogste doelpuntenproductie wordt in dit geval bereikt door een hoog-cohesieve groep + positieve attitude. Bepalend is de houding (attitude) tegenover de leiding (lees coaches). Deze vectoren kunnen resulteren in diverse beloningsstructuren, waarbij als gedragsvorm het groeps-competitief krachtenveld sterk naar voren komt. Een ieder heeft een positie in het veld, waarbij synenergie gesmeed moet worden. Door de conditionele beperkingen en daardoor gedwongen zittende positie houdingen op de wisselbank, is WAZ 1 nog niet in deze beginfase aanbeland.
Wanneer we Freud gaan citeren, leggen we de nadruk projectie en/of fixatie met betrekking tot de verzameling persoonlijkheden die tot bepaalde gedragingen komen. In deze psycho-analytische mythe hebben we over de ontdekking van het onbewuste. Er is sprake van fixatie wanneer het individu blijft steken. Binnen het individu strijden 3 instanties om voorrang: het id, het ego en het super-ego. Met name in het super-ego hebben we het over een internalisatie op grond van waarden, normen, idealen en gedragsvoorschriften. Terugkoppelend aan de praktijk van het handbal: “Judith pleurt die bal toch is in het doel”. In cultuur-historisch opzicht heeft deze psycho-analyse case een parallelle hoedanigheid met het Victoriaanse model.
Tot slot de ethnomethodologische perspectief. Deze sterk empirische oriëntatie staat voor de opvatting dat Wijk aan Zee 1 niet zozeer een bestaande entiteit is, maar veeleer een of meer subculturen bevat, die onderzoekbaar zijn als code. Deze symbolische interactionisme worden betekenissen gehanteerd en gewijzigd in een proces van interpretaties. Voorbeelden: Een rechterhoek dekt bij het boksen een andere lading dan bij het handbal. Een oprechte mooie kopbal, altijd gewaardeerd door de coach, wordt binnen de cultuur van de dames anders gevoeld. DSS 1 of DSS 25, een approach-approach conflict zal een keuze zijn met hoeveel doelpunten verschil we winnen.
Conclusie van deze stellingen is dat wanneer je op zondagochtend moet spelen, dat je ’s-middags geen zinvolle tijdsbesteding hebt. Wanneer je alle sociale wetenschappelijk theorieën gaat rangschikken en deze gaat afleiden aan het fenomeen handbal, ben je of een voortreffelijke wonderbaarlijke coach of een fictieve schrijver. En eigenlijk weet iedereen dat wonderen niet bestaan.
Voor de goede orde, de belangrijkste uitslagen van het afgelopen weekend op een rijtje:
WAZ 1 – Blinkert 1 : 8-4 (Manon 3, Esther + Maaike 2 en Snelle Sandra 1)
AZ – RKC : 7-0 (met deze uitslag zal er menig vakantieland bezocht worden)
WAZ 1 – ODIN 6 : 0-4 (hetgeen leidde tot de welbegeerde Arie Klep trofee)
ODIN 1 – SWIFT 1 : 0-1 (en hierdoor is nacompetitie een zekerheidje)
Het was dus een lekker nuchter weekendje. Volgende week ga ik me ergens anders benevelen, dus ik zie jullie over 2 weken (en help onze topscoorster en haar kinderen de zomer door, koop loten).